Home


Klassieke arbitrage



  1. Eiseres start een arbitrageprocedure door haar wederpartij (verweerster) hiervan aangetekend in kennis te stellen (kennisgeving).

    Diezelfde dag stuurt eiseres een aanvraag tot arbitrage samen met haar stukken in tweevoud naar het Instituut voor Arbitrage.
  2. Het Instituut voor Arbitrage bevestigt registratie per brief aan de partijen (eiseres & verweerster).
  3. Verweerster stuurt haar eerste besluiten aangetekend naar de wederpartij en naar diens mandataris per gewone post en aangetekend naar het Instituut voor Arbitrage.
  4. Vervolgens worden de partijen aangetekend op de hoogte gesteld van de samenstelling van het Scheidsgerecht en per gewone brief naar de mandatarissen.
  5. Als verweerster niet reageert en de eis dus niet betwist wordt er een verstekvonnis geveld.

    Heeft verweerster wel besluiten ingediend dan zal eiseres vervolgens haar eindbesluiten opsturen aangetekend naar de wederpartij, naar diens mandataris per gewone post en aangetekend naar het Instituut voor Arbitrage.
  6. Verweerster heeft het laatste woord en stuurt haar eindbesluiten aangetekend naar de wederpartij, naar diens mandataris per gewone post en aangetekend naar het Instituut voor Arbitrage.

    De procedure is principieel schriftelijk, maar de partijen mogen steeds een hoorzitting. De aanstelling van een deskundige wordt bevestigd via een tussenuitspraak.
  7. Na de uitwisseling van besluiten en eventuele hoorzitting, wordt een tegensprekelijk eindvonnis opgesteld en door de griffie opgestuurd naar de partijen en hun mandataris.

Volgens de Standard Dispute Rules heeft elke partij het recht om hoger beroep aan te tekenen binnen de 30 dagen. De beroepsprocedure wordt meestal ook binnen de 6 maanden, door een arbiter of een college van drie arbiters, beslecht.